AI slokt alles op
600 miljard dollar, alle chips, alle energie: alles stroomt één kant op. De vraag is wat er terugkomt.
Vorige maand betoogde ik dat AI waarschijnlijk geen bubbel is. De data, de scaling laws, de zes exponentiële curves die tegelijkertijd versnellen: ik sta er nog steeds achter. Maar na die editie kreeg ik een reactie die me niet meer loslaat. Peter van Vliet van Duurzaam Nieuws stuurde een reeks scherpe tegenargumenten en sloot af met: “Misschien is AI inderdaad geen bubbel. Maar een zwart gat.”
Die metafoor bleef plakken. Want ik kon hem niet zomaar wegwuiven.
Alles wordt opgezogen
Een zwart gat trekt alles naar zich toe. Licht, materie, energie. Voorbij de event horizon is er geen weg terug. En als je kijkt naar wat AI op dit moment doet met de wereldeconomie, dan is die metafoor ongemakkelijk treffend.
Chips: uitverkocht. Nvidia rapporteerde een kwartaalomzet van 68 miljard dollar, 73 procent meer dan een jaar geleden. Zelfs GPU’s van zes jaar oud draaien op volle capaciteit, met stijgende prijzen. De vraag naar rekenkracht is volledig exponentieel geworden.
Energie: een Amerikaans bedrijf dat supersonische vliegtuigen bouwt, tekende een deal van 1,25 miljard dollar om straalmotorturbines te leveren. Niet voor vliegtuigen. Voor datacenters. New York overweegt een moratorium van drie jaar op nieuwe datacenters vanwege de druk op het stroomnet.
Kapitaal: de vijf grootste techbedrijven geven dit jaar samen meer dan 600 miljard dollar uit aan AI-infrastructuur. OpenAI zoekt 100 miljard aan nieuwe funding. Anthropic is gewaardeerd op 380 miljard, bij een verwachte omzet van 14 miljard. Dat is 27 keer de omzet. Probeer dat maar eens uit te leggen aan je boekhouder.
En dan de software-industrie zelf. SaaS-aandelen zijn in een bear market beland. ServiceNow verloor 11 procent op één dag. Salesforce-CEO Marc Benioff noemde het de “SaaSpocalypse.” Zelfs de bedrijven die AI moeten leveren, worden erdoor bedreigd.
Dus ja. AI slokt op dit moment chips, energie, kapitaal, talent en hele marktsectoren op. Net als een zwart gat.
En er is een tegenargument dat hout snijdt. Bij de dotcom-crash bleven er glasvezelkabels achter. Bruikbare infrastructuur die nog steeds de ruggengraat van het internet vormt. De AI-infrastructuur is anders. Datacenters zijn specifiek voor AI gebouwd en moeilijk herbestembaar. De chips gaan hooguit drie jaar mee. De energie komt grotendeels uit fossiele bronnen waar we juist vanaf moeten. Als dit klapt, wat blijft er dan over? Peter van Vliet schrijft over precies die vraag vanuit het duurzaamheidsperspectief op Duurzaam Nieuws.
De spookeconomie
En dan de vraag die Wall Street begin maart bezighield. Er verscheen een analyse die een scenario schetst waarin AI niet faalt, maar juist slaagt. Te goed, te snel.
De kernvraag: wat als de optimisten gelijk hebben, en dat juist het probleem is?
Die analyse introduceert het concept van een spookeconomie. AI maakt bedrijven productiever. Het BBP groeit op papier. Maar de machines geven geen geld uit aan boodschappen of vakanties. Een GPU-cluster levert de output van tienduizend kantoormedewerkers, maar genereert nul huishoudinkomen. Groei die schijnt in de cijfers maar nooit bij gewone mensen terechtkomt.
Het scenario beschrijft drie dominostenen. Eerst vallen de tussenpersonen: reisorganisaties, financieel adviseurs, belastingconsulenten. Beroepen die bestaan omdat complex werk veel tijd kost. AI-agents nemen dat over, en de commissies verdampen. Vervolgens raakt de spiraal het consumentenvertrouwen. Bedrijven ontslaan personeel. Ontslagen werknemers besteden minder. Bedrijven investeren meer in AI om marges te beschermen. Geen natuurlijke rem.
De uitkomst in dit scenario: 10 procent werkloosheid en een beursdaling van 38 procent. Laat me helder zijn: dit is een scenario, geen voorspelling. Maar het feit dat deze analyse binnen een week leidde tot koersdalingen bij Uber, Mastercard en American Express vertelt je iets over hoe serieus de markt het neemt.
Dario Amodei, CEO van Anthropic, schat dat de helft van alle startersfuncties in kantoorwerk binnen één tot vijf jaar kan verdwijnen. Tegelijk voorspelt hij een BBP-groei van 10 tot 20 procent per jaar. De taart wordt groter, maar de stukken worden radicaal herverdeeld.
Overal AI, nergens resultaat
Maar hier wordt het interessant. Want als AI zo krachtig is, waarom zien we dat dan niet terug in de cijfers?
Een grootschalig onderzoek onder 6.000 bestuurders laat zien dat 89 procent geen productiviteitseffect van AI ervaart. McKinsey rapporteert dat 88 procent van organisaties AI gebruikt in minstens één functie, maar slechts 6 procent haalt er meetbare winst uit. Zelfs de COO van OpenAI erkende recent dat AI nog niet echt doordringt in bedrijfsprocessen.
In mijn workshops zie ik die kloof elke week. Bestuurders die zeggen “bij ons merk ik er nog niks van”, terwijl hun medewerkers thuis allang met ChatGPT werken.
De econoom Robert Solow schreef in 1987: je kunt het computertijdperk overal zien behalve in de productiviteitsstatistieken. Bijna veertig jaar later speelt dezelfde paradox zich af met AI.
En hier in Nederland? Het CBS meldde dat 41 procent van de werkenden denkt dat AI hun werk deels kan overnemen. 43 procent gebruikt het al op het werk. Europees onderzoek laat zien dat AI de arbeidsproductiviteit in de EU gemiddeld met 4 procent verhoogt, zonder bewijs van banenverlies.
De data vertelt twee verhalen tegelijk. Op microniveau werkt AI. Op macroniveau beweegt de naald nog niet. Die kloof is precies waar het interessant wordt.
Van zwart gat naar ster
Ik heb wekenlang met die zwart-gat-metafoor gelopen. En ergens begon er iets te wringen.
Een zwart gat vernietigt. Alles wat erin gaat, verdwijnt. Geen output, geen licht, geen waarde. Maar kijk naar wat AI feitelijk doet. Het zet rekenkracht om in tools. Het versnelt onderzoek, genereert code, automatiseert analyses. Dat is geen vernietiging. Dat is omzetting.
De metafoor klopt voor de inputkant: alles stroomt ernaartoe. Maar hij mist de outputkant compleet.
Eigenlijk zit het antwoord in dezelfde astrofysica. Stervorming begint met precies dezelfde krachten. Een gaswolk die ineenstort onder haar eigen zwaartekracht. Alles stroomt naar het centrum. Dezelfde runaway-dynamiek.
Maar dan gebeurt er iets. De kern wordt zo heet dat kernfusie ontbrandt. En fusie duwt terug. Stralingsdruk tegen zwaartekracht. De ster bereikt evenwicht. Ze slokt niet meer alleen op. Ze begint te stralen.
Bij AI zie je diezelfde tegenkrachten al ontstaan. Energieprijzen en netcongestie die de groei afremmen. Chipproductie en koeling die fysieke grenzen stellen. Regelgeving en publieke weerstand die druk opbouwen (New York’s datacenter-moratorium is pas het begin). En economische grenzen: het punt waarop extra rekenkracht minder oplevert dan het kost.
Stervorming stopt niet doordat de zwaartekracht “op” is. Het stopt doordat er tegenkrachten ontstaan die een nieuw evenwicht afdwingen. Niet eindeloze groei. Niet implosie. Evenwicht.
De ster
En als dat evenwicht er komt? Als de transitie lukt?
We beoordelen AI vanuit de wereld zoals die nu is. Logisch, want dat is de enige wereld die we kennen. Maar wat als AI de spelregels zelf verandert?
Leopold Aschenbrenner, voormalig lid van OpenAI’s Superalignment-team, beschrijft in Situational Awareness wat hij de intelligence explosion noemt. Het moment waarop AI slim genoeg is om zichzelf te verbeteren. Duizenden AI-onderzoekers die dag en nacht een decennium aan vooruitgang in één jaar comprimeren.
Kijk naar wat er nu al aan de randen zichtbaar wordt. Een Harvard-lab draaide biologische veroudering met 75 procent terug in testsubjecten, de eerste menselijke trials starten dit jaar. Kernfusie, al decennia “dertig jaar weg”, wordt door AI-versneld materiaalonderzoek concreter dan ooit. Eiwitvouwing, een probleem waar biochemici generaties op hebben gezwoegd, werd door AlphaFold in maanden gekraakt.
Dus ja, AI slokt op dit moment enorme hoeveelheden energie op. Maar wat als diezelfde AI kernfusie helpt kraken? Dan is het energieprobleem geen eindstation. Het is een fase.
Dario Amodei noemt het in The Adolescence of Technology de puberteit van technologie. We krijgen enorme kracht terwijl we nog niet weten hoe ermee om te gaan. De transitie wordt rommelig. Banen verdwijnen voordat nieuwe ontstaan. Energie wordt opgeslokt voordat schone alternatieven klaarstaan.
Maar goed, stervorming is ook niet netjes. Het is chaotisch, turbulent, gewelddadig. En dan, aan de andere kant: licht. Warmte. Energie voor een heel zonnestelsel, miljarden jaren lang.
Wat dit voor jou betekent
Maar die tegenkracht komt niet vanzelf.
De vijf grootste techbedrijven investeren dit jaar 600 miljard dollar in AI. Nederland heeft er een staatssecretaris voor, ondergebracht bij Economische Zaken. Geen eigen ministerie, geen ministerpost. Een staatssecretaris.
We kennen dit patroon. In februari 2020 was COVID al in Italië. Wij gingen gewoon naar carnaval. Pas toen de IC’s volliepen gingen we handelen. We herstelden, want een pandemie gaat voorbij.
Deze verschuiving gaat niet voorbij. Wat je nu verliest aan kennis, aan industriële positie, aan regelgevende voorsprong, dat haal je niet terug als de rest van de wereld al draait. Regelgeving, kaders, visie: dat moet er zijn voordat het evenwicht kantelt. Niet erna.
In mijn workshops vraagt de ene helft van de zaal wanneer de bubbel barst. De andere helft wil weten hoe ze morgen beginnen. Mijn advies: wacht niet tot het beleid er is. Begin. Experimenteer. Bouw kennis op. Want of dit een zwart gat wordt of een ster, dat hangt niet af van de technologie. Het hangt af van wat wij ermee doen.
Die editie eindigde met: kun je het je veroorloven om ervan uit te gaan dat het een bubbel is? Mijn antwoord was nee. En na weken met die zwart-gat-metafoor te leven, is mijn conclusie: het hoeft er geen te worden. Dezelfde krachten die een zwart gat vormen, vormen ook sterren. Het verschil zit in de tegenkracht. En die tegenkracht, die bouwen wij.
Een zwart gat slokt op. Een ster geeft licht. Dezelfde krachten, ander resultaat.
Ook het vermelden waard
Karpathy’s AI-agent draaide 700 experimenten in twee dagen Andrej Karpathy bouwde een systeem dat autonoom 700 experimenten runt om AI-training te optimaliseren. Resultaat: 20 verbeteringen die de trainingstijd met 11 procent verkorten. Shopify-CEO Tobias Lutke probeerde het op interne data en haalde in één nacht een prestatiewinst van 19 procent. Dit is precies de intelligentie-explosie waar het artikel over gaat: AI die zichzelf verbetert. Karpathy noemt het “de final boss battle.”
Europa kweekt AI-talent, laat de VS ermee aan de haal gaan Een rapport van Dealroom en Prosus legt de kloof bloot. Europa investeerde 21,8 miljard dollar in AI-startups in 2025, een stijging van 58 procent. Klinkt goed, tot je ziet dat de VS in dezelfde periode 141 miljard in late-stage AI pompte. Factor 12. En 58 procent van het late-stage kapitaal in Europese AI-bedrijven komt van Amerikaanse investeerders. Europa bouwt het talent, Amerika plukt de vruchten. Precies het patroon dat dit artikel beschrijft.
New York wil drie jaar bouwstop op datacenters Een wetsvoorstel in New York stelt een moratorium van drie jaar voor op alle nieuwe datacenter-bouwvergunningen, terwijl de impact op milieu en lokale gemeenschappen wordt onderzocht. Het verzet tegen AI-infrastructuur groeit in meerdere Amerikaanse staten. De keerzijde van de AI-boom: lokale gemeenschappen dragen de lasten van een technologie waarvan de baten elders terechtkomen.
Meer dan helft bedrijven betreurt AI-ontslagen Onderzoek van Forrester laat zien dat 55 procent van de bedrijven die medewerkers ontsloegen voor AI-efficiëntie daar spijt van heeft. Meer dan een derde gaf uiteindelijk meer uit aan het weer aannemen van mensen dan het bespaarde. Klarna is het bekendste voorbeeld: de AI-chatbot die “het werk van 700 medewerkers” zou doen, leidde tot instortende klanttevredenheid. De les: snijden is makkelijk, de consequenties zijn dat niet.
Lees ook
Vind je dit waardevol? Deel het.
Stuur THE HUMAN LOOP door naar één collega die ook met AI bezig is. Voor elke vriend die zich aanmeldt, krijg je gratis maanden premium: inclusief alle Playbooks.
Concreet:
2 vrienden = 1 maand.
5 vrienden = 3 maanden.
12 vrienden = een half jaar.









